Tekstvak: St. Annastraat 20
5025 KB Tilburg
Tel 013-4647600
secretariaat@stichtingdevonk.nl

Ruzie

Er is ruzie. Over wie naast wie mag zitten of wie de rode stift het eerst mag hebben. Ze weten het niet meer. Maar de stemmen worden harder en de verwijten grimmiger. “Je moeder loopt in rare kleren.“ “Jouw zus spuugt als ze praat.” “Jouw vader is lekker dood, omdat hij altijd zoveel rookte.” “Maar mijn vader hield tenminste van mij. Jouw vader heeft zijn gezin in de steek heeft gelaten, dus zo onbelangrijk vond hij jou.”

Even dreigen deze twee kinderen van tien in huilen te uitbarsten, maar nee…. Ze lossen het op met deze twee zinnen. “Mag ik nou eindelijk die rode stift?” “Als ik die groene krijg.”

 

Verhalen uit de speeltuin

Al 14 jaar komen we met een kindergroep samen in de speeltuin. Vroeger heette de groep Arm in Arm, dat verwees naar solidariteit tussen kinderen uit deze moeilijke buurt. Een jaar of zes geleden vonden de kinderen van toen dat die naam deed vermoeden dat deze ze samenkwamen uit armoede en dat wilden ze niet. Daarom heet de groep nu Hand in Hand, verwijzend naar dezelfde solidariteit.

Een klein groepje van zes kinderen komt iedere donderdagmiddag een uur samen, om onder het genot van boterhammen met pindakaas en pasta de week door te nemen en een spelletje te doen. Meer is het niet, maar toch is het veel.

De kinderen vertellen aan iedereen dat ze lid zijn van De Club. Als wij in het gebouwtje van de speeltuin zitten, mag niemand anders binnen en dat is een belangrijk privilege, voor kinderen die anderen vaak liever zien gaan dan komen. Thuis is er meestal verdriet en frustratie. Ouders die wel van hun kinderen houden, maar zo moe zijn van het dagelijks leven dat ze hun kinderen vaak niet de aandacht kunnen geven die kinderen nodig hebben.

 

Een paar verhalen:

Dansen in plaats van slaan

Hij draait rastakrullen in zijn haar en vraagt of hij mag dansen. Een minuut geleden heeft hij me nog toegeschreeuwd dat De Club stom is en dat hij nooit meer terug zal komen in deze klerezooi. Ik vraag waarom hij zo boos is. Hij wordt stil en zegt dat toen hij 5 was –hij is nu 9 jaar- met een stok is geslagen door een van de kinderen van De Club. Ik zeg dat dat oude boosheid is en vraag opnieuw waarom hij nu boos is. Hij zwijgt. Hij zegt niet, wat ik van anderen gehoord heb, dat hij gisteren door een ander kind van deze Club met zijn hoofd tegen de bakstenen muur is geduwd, waarna hij een blokmotief in zijn wang had staan. Hij zegt niet dat meteen daarna een ander kind hem klem reed door het voorwiel van zijn fiets tussen de benen te stoten. Hij zegt niet dat hij helemaal weerloos werd van dat geweld.

Hij zegt wel dat 4  jaar geleden een kind hem met een stok heeft geslagen, om zich ver weg te houden van zijn boosheid van nu. Zijn keuze.

Ik zeg dat ik hem graag wil zien dansen en kondig hem onder applaus aan bij de andere kinderen, die onverstoorbaar doorgaan met tekenen. Hij danst voor mij en verliest zijn aandacht voor de omgeving. Hij danst voor zichzelf, ritmisch, mooi. Hij geneest zo zijn angst en boosheid, zonder dat hij terug hoeft te slaan.

 

 

Lichaamstaal

Ze heeft een mooi, open gezicht. Ze is nog zeven. Toen haar zussen zo oud waren, hadden ze dat ook, maar hun gezichten zijn ondertussen gesloten, zodat ze niet meer te lezen zijn. Soms zie je iets van hun emoties, als ze zich er even niet van bewust zijn dat iemand naar ze kijkt.

Maar zij is zeven en heeft besloten dat het leven goed moet zijn. Dus lacht ze als ze blij is en kijkt duidelijk boos als iets haar niet bevalt, zodat anderen haar weer blij kunnen maken. Dat is immers de taak van de wereld, volgens een 7-jarige: haar blij maken. Haar zussen spelen dat spel niet meer. Die dragen hun lijden in stilte, wel te vermoeden voor anderen, maar zo dat je voelt dat je niet mag proberen hun pijn te verlichten. Het verdriet is van hun. Ze doen het ermee.

Maar hun zus is zeven en heeft een mooi open gezicht dat blij of boos is.

 

 

 

April 2009

 

Marja Wittenbols

Project: Thuis in de Wijk

Dood
Ze is gestorven, de moeder van één van onze kinderen. Ze was al bijna een jaar erg ziek en dat ze het zo lang heeft volgehouden snapt niemand. Ze was zo mager, ze had zoveel pijn. Maar nu is ze dood. Iedereen heeft de behoefte daar bij stil te staan en de rest van de wereld maar even te laten voor wat hij is. We steken theelichtjes aan om op goede gedachten te komen. We zullen maar tekeningen maken als troost, die we bij de uitvaart aan  haar zoon zullen geven. Dan kan hij later, als hij groter is, nog aan  zijn moeder
en ons denken.

Hij zit nu sinds een week in een pleeggezin en gaat daarna naar een internaat. Ondertussen zullen mensen die geen  familie zijn beslissen of hij wel of niet bij zijn vader mag wonen. Wij zullen hem niet meer zien. Onze kinderen snappen er niks van. Gaat  dat altijd zo als je moeder dood gaat?

Een van de kinderen wordt boos als een ander zegt dat de moeder aan kanker gestorven is. Dat moet je niet zeggen. Dat is voor schut. Wij vragen wat hij daarmee bedoelt. Dat woord is heel erg. Dat gebruik je toch alleen als je iemand uitscheldt. Die moeder was
lief en verdient dat niet. We proberen nog te zeggen dat kanker een ziekte is die je krijgt buiten je schuld en ook niet door de verwensingen van anderen. 
Hij heeft zich al afgesloten en opgesloten in het taboe. De rest respecteert dat.

Een ander kind gaat helemaal op in zijn troosttekening. Hij tekent hartjes, omdat de gestorven moeder zoveel van haar zoon gehouden heeft. Hij schrijft erbij dat hij zeker weet dat ze een goede moeder was en alles heeft gedaan voor haar kind. Je hebt hem alles gegeven.
Dat klopt. Van de laatste kinderbijslag mocht haar zoon de nieuwste
spelcomputer kopen. Alles mocht op. Niemand was jaloers op hem, maar begreep dat de zaak heel ernstig was als zoiets kan.

Ik vind het heel erg dat je nu herrezen bent. Herrezen. Dat woord gebruikte hij nog drie maal in zijn afscheidsbrief. We vroegen hem wat hij bedoelt. Dood, moet je niet zeggen. Dood is hard en daar heeft niemand iets aan. Dood is verdriet en daar troost je niemand mee. Nee,we moeten tekeningen en brieven maken van troost. Ik zeg liever herrezen.

 

Mei 2009

Home

Actueel

Bestuur en staf

Organisatie

Projecten

Trainingen

Onderzoek

Publicaties

Contact

Als armoede je raakt

Alle kinderen doen mee!

Het Goede Doen

Zin in vrijwilligerswerk